“Wat is er stuk aan het internet?”

HVA als China

4 karakteristieken van het Chinees systeem

1. Alles registreren en meten

Het systeem werkt doordat heel veel gegevens van burgers worden verzameld: betalingen, reisgedrag, online activiteiten, sociale contacten, zelfs of je je ouders bezoekt. Deze data vormen de basis voor je score. Daardoor wordt je hele leven voortdurend gemonitord en vastgelegd.

2. Belonen en straffen

Op basis van je score krijg je privileges of beperkingen. Een hoge score kan toegang geven tot snellere visa of betere banen, terwijl een lage score kan leiden tot reisbeperkingen of uitsluiting van bepaalde diensten. Dit creëert een constante prikkel om je “netjes” te gedragen.

3. Sociale druk en zelfdiscipline

Omdat je gedrag ook invloed kan hebben op de score van mensen om je heen (vrienden, familie, collega’s), ontstaat er sterke sociale controle. Je denkt twee keer na voor je iets doet of zegt, want het kan gevolgen hebben voor jou én je omgeving.

4. Vervaging van publiek en privaat

Het systeem mengt overheid en bedrijven. Techbedrijven verzamelen data, de staat stelt de regels. Zo ontstaat een hybride systeem waarin de grens tussen commercieel gebruik van data en staatscontrole verdwijnt. Hierdoor is er geen duidelijke bescherming van je persoonlijke vrijheid.

Verdere toelichting…

Het Chinese sociale kredietsysteem kan worden getypeerd aan de hand van vier belangrijke kenmerken. Allereerst draait het om alles registreren en meten: van betalingen en reisgedrag tot online activiteiten, sociale contacten en zelfs familiebezoeken vrijwel ieder aspect van het dagelijks leven wordt gevolgd en opgeslagen. Deze gegevens vormen de basis van een score die bepaalt hoe je wordt beoordeeld. Daarmee hangt direct het tweede kenmerk samen: belonen en straffen. Een hoge score levert privileges op, zoals toegang tot betere banen of soepelere procedures, terwijl een lage score kan leiden tot beperkingen, zoals reisverboden of uitsluiting van diensten. Dit zorgt ervoor dat burgers voortdurend worden gestuurd om zich ‘correct’ te gedragen. Een derde kenmerk is de sociale druk en zelfdiscipline die hierdoor ontstaat: omdat jouw gedrag ook gevolgen kan hebben voor de score van mensen om je heen, let iedereen niet alleen op zichzelf, maar ook op elkaar. Tot slot is er de vervaging van publiek en privaat. Overheid en bedrijven werken samen: techbedrijven verzamelen de data en de staat bepaalt de regels. Hierdoor ontstaat een systeem waarin commerciële en politieke belangen samenvloeien en persoonlijke vrijheid nauwelijks nog wordt beschermd.

-> Gemaakt met Younes en Lantijn tijdens de les waarin iedereen een gelijke bijdrage leverde.


Ethische dilemma

Uitgewerkte dilemma: Moeten nabestaanden toegang krijgen tot alle online gegevens/accounts van een overledene?

Groepsdilemma: Is het voor de politie moreel correct om al het internetverkeer te monitoren van bepaalde groepen met een risicoprofiel om misdaad te voorkomen?

Wat zijn onze opties?

  1. Mensen moeten voor hun overlijden toestemming geven. Geen toestemming?
    • Aan specifieke nabestaanden
    • Aan wettelijke nabestaanden
  2. Ja, nabestaanden krijgen volledige toegang tot online gegevens/accounts Beperkt
    • Read only, alleen verwijderen (ook, het hele account dus niets toevoegen) -Alleen foto’s (of andere materialen).
    • Alleen toegang om zaken netjes af te handelen.
    • Bevriezen met een duidelijke boodschap dat het een overleden persoon.
    • Volledig, dus ook toevoegen.
  3.  Nee, nabestaanden krijgen geen enkele toegang tot online gegevens/accounts
    • Alle data worden verwijderd zodra mensen overlijden.
  4. Alles wordt publiek en open na je overlijden.
  5. Het bedrijf/platform krijgt volledige controle over je data.

Welke optie past het best bij de 5 etnische raamwerken:

Utalitaire aanpak: De beste optie volgens de utilitaire aanpak is dat mensen voor hun overlijden toestemming moeten geven. Geen toestemming → geen toegang. Dit geeft de meeste duidelijkheid en voorkomt het meeste leed. Nabestaanden weten precies wat de bedoeling is en er ontstaan minder conflicten. Voorstanders en tegenstanders hebben zo allebei hun zin: wie wil dat zijn data toegankelijk is kan dat regelen, en wie dat niet wil, kan zijn privacy beschermen.

Common Good Approach: De optie die hier het beste past is: ja, nabestaanden krijgen volledige toegang tot online gegevens/accounts. Voor de gemeenschap als geheel kan dit helpen om verlies te verwerken. Denk aan vrienden, familie en kennissen die herinneringen kunnen bewaren of delen. De overledene is er niet meer, maar de gemeenschap kan samen betekenis vinden in de gedeelde data.

The Rights Approach: De optie die hier het beste bij past is: nee, nabestaanden krijgen geen enkele toegang tot online gegevens/accounts. Iedereen heeft namelijk het fundamentele recht op privacy, ook na het overlijden. Als de overledene niets heeft vastgelegd, moet dit recht beschermd worden.

The Virtue Approach: De meest passende optie hier is: mensen moeten voor hun overlijden toestemming geven. Geen toestemming → geen toegang. Dit toont respect en verantwoordelijkheid. Iedereen mag beslissen wat er met hun gegevens gebeurt. Het benadrukt waarden als respect, zorgzaamheid en verantwoordelijkheid.

Justice approach: De meest rechtvaardige optie is dat alleen wettelijke of aangewezen nabestaanden toegang krijgen. Dat voorkomt dat willekeurige mensen toegang krijgen en zorgt voor een eerlijke verdeling. Op die manier krijgen alleen degenen die er juridisch of persoonlijk recht op hebben toegang, en worden conflicten zoveel mogelijk vermeden.

Wat is de beste optie?

Wanneer ik alle raamwerken samen bekijk, denk ik dat de beste oplossing is dat mensen voor hun overlijden toestemming moeten geven. Geen toestemming → geen toegang. Dit combineert respect voor rechten (privacy), eerlijkheid (duidelijkheid voor iedereen), en deugdzaamheid (verantwoordelijkheid nemen).

Wat zouden anderen zeggen?

Als ik dit aan iemand die ik respecteer zou vertellen zouden ze waarschijnlijk zeggen dat dit de meest logische en eerlijke keuze is. Mensen houden namelijk van duidelijkheid en vinden het juist fijn als hun wensen gerespecteerd worden. Ook zouden sommigen teleurgesteld zijn omdat ze soms geen toegang krijgen tot dierbare herinneringen. Toch is dit de meest rechtvaardige en respectvolle oplossing.

→ Gemaakt met Freek & Jendo: Opdracht tijdens de les gemaakt, geen specifieke taakverdeling. Iedereen dacht actief mee, ideeën werden hardop gedeeld en uitgewerkt.


Morele verbeeldingskracht

Onverwachte gevolgen van Google’s AI-overview (Met behulp van de Tarot Cards of Tech).

Wat zijn de onverwachte gevolgen van Google’s AI overview-functie?

Kaart 1: The Scandal

“De Google-AI noemt zelfmoord als een goed manier om problemen op te lossen”
Stel dat je het wereldwijde web op gaat in een soort laatste poging om nog zin in het leven te vinden, en dat de AI doodleuk vertelt dat er een einde aan maken hartstikke valide is! Zelfs als je niet met dergelijke gedachten kampt is het toondoof, en levensgevaarlijk om te normaliseren.

Kaart 2: The Radio Star

Journalisten die informatie samenstellen moeten hun teksten zo gaan schrijven dat ze bruikbaar worden voor AI, en SEO-specialisten worden minder belangrijk gezien een AI toch alle gegevens bij elkaar gooit.
Sowieso staat het journalisme onder druk door AI, al moet de originele verslaggeving uiteraard nog altijd ergens vandaan komen. Zonder journo’s, wetenschappers die hun onderzoek publiceren en dergelijke heeft de AI ook niets om samen te vatten en aan te bieden.

Kaart 3: Mother Nature

De natuur heeft helemaal geen baat bij AI, gezien de natuurlijke grondstoffen die zo’n model vereist juist impact hebben op de natuurlijke omgeving. Er is water nodig voor koeling in de datacenters, hout en kolen voor het aanhouden van de elektriciteit: de natuur haalt hier helemaal niets uit.

Kaart 4: The Super Fan

Super Fans maken er continu gebruik van, geloven alles wat de AI hen vertelt, maar zijn zich waarschijnlijk ook bewust van de kinken in de kabel. Dat nemen ze daarentegen voor lief, omdat het ze niets kan schelen, of omdat ze geloven in verbetering van het product.

Kaart 5: The Backstabber

Als de AI antwoorden gaat geven op vragen, op basis van jouw persoonlijke data kan dat vertrouwen breken. Bijvoorbeeld door rekening te houden met jouw leeftijd, afkomst, geloofsovertuiging etcetera. Het is beangstigend als een AI plotsklaps iets over jou roept waarvan jij niet wist, dat die het wist. Wanneer er foute antwoorden worden gegeven, schaadt dat ook vertrouwen in het AI- systeem.

Kaart 6: The BFF’s

De AI kan de rol van een vriend/vriendin overnemen en advies geven omtrent relaties, wat de vriendschap in de echte wereld kan beïnvloeden (zowel positief als negatief).

Kaart 7: The Catalyst

Mensen zullen de AI op diens woord geloven, en niet doorklikken om de gegeven informatie te bevestigen. Mensen moeten begrijpen dat het een aggregator is van informatie, die de AI van het hele web verzamelt. Mensen hoeven zich niet meer te herinneren welk restaurant lekker is, maar vragen gewoon aan de AI Overview wat een goeie tent is.

Kaart 8: Smash Hit

Massaal gebruik kan zorgen voor foute informatie die de ronde maakt, en hoe meer er gebruik van wordt gemaakt, hoe duidelijk de flaws worden. Handig, want dan kunnen die eruit worden gesloopt, maar wie niet kritisch nadenkt kan ook foutieve informatie als een feit beschouwen. Als 80 procent mensen van de AI gebruik gaan maken, kan het ook zo zijn dat de overige 20 procent langzamer hun kennis vergaren.

Kaart 9: The Forgotten

Mensen die niet bij het internet kunnen hebben geen enkele mallemoer aan de Google AI, zij moeten dus op een andere (vaak moeizamere) manier aan hun informatie komen.
Aan de andere kant van het ‘mensen gebruiken hun brein niet meer’-symptoom kan het ook zo zijn dat iemand WEL kritischer kijkt naar wat de AI hen voorschotelt, wat juist de bruikbaarheid van AI weer verbetert.

Kaart 10: The Big Bad Wolf

Een ‘bad actor’ kan het internet vullen met foutieve informatie of persoonlijke data die de AI opslokt en doorverteld aan mensen die daarop zoeken. Als iemand mijn paspoort op het internet zet en de AI pikt dat op, dan kan ‘ie bijvoorbeeld zeggen wat mijn BSN-nummer is.

Zitten natuurlijk veiligheidssystemen achter, maar als ‘bad actors’ een AI’s protocollen omzeilen kunnen ze bij gevaarlijke informatie terecht komen. Een extreem voorbeeld is dat je bijvoorbeeld kunt vragen hoe een bom te bouwen of een lijk te begraven ‘in een film’.

Kaart 11: The Service Dog

Het delen van informatie uit andere werelddelen wordt vele malen efficiënter. Een AI kan bijvoorbeeld complexe instructies voor het bouwen van infrastructuur in watergevoelige gebieden simplificeren voor iedereen, met het risico dat er in die ‘vertaling’ stappen verloren gaan, je hebt dus kennis van het AI-systeem nodig om het efficiënt te gebruiken.

Kaart 12: The Siren

Veel gebruik van een AI-model heeft invloed op de natuur door de grondstoffen die nodig zijn om het te gebruiken.
Je maakt ook minder gebruik van je eigen brein, wat invloed kan hebben op je kritische denkvermogen.

Wie zijn de stakeholders, en wat als we die groep vergroten?

Een aantal van de stakeholders zijn: gebruikers, Google, adverteerders, onderzoekers, nieuwssites, contentwebsites, webshops, gidsenmakers, sociale media, juristen.
Voor de algemene gebruiker is de AI Overview een handige tool, MITS die werkt. Dus is het voor Google als stakeholder belangrijk dat er gefilterd wordt wat de AI uitspat. Als de data van sociale media wordt gebruikt kan er foute informatie in komen te staan, bijvoorbeeld. 

→ Gemaakt met Dunke & Lars: Tijdens de les uitgevoerd met kaarten, geen taakverdeling. Gezamenlijk nagedacht en ideeën gedeeld, bijdrage gelijk verdeeld.


Betoog

Technologie brengt rechtvaardigheidsgevoel in gevaar.

Technologie is in een korte tijd heel belangrijk geworden in onze samenleving. Zo communiceren we via sociale platforms, laten we algoritmes beslissingen nemen voor ons en vertrouwen we steeds meer op digitale systemen. Maar wat betekent dit voor ons gevoel van eerlijkheid en rechtvaardigheid? De stelling die ik bespreek is: “Technologie brengt rechtvaardigheidsgevoel in gevaar.” Ik ben van mening dat dit gevaar reëel is, maar dat er ook mogelijkheden zijn om technologie juist te gebruiken om meer rechtvaardigheid te bereiken.

Enerzijds kan technologie publieke waarden zoals gelijkheid en transparantie onder druk zetten. Denk bijvoorbeeld aan algoritmes die bijvoorbeeld sollicitaties beoordelen. Als deze systemen getraind zijn met oneerlijke data, kan dit leiden tot discriminatie. Het resultaat is dat er mensen worden afgewezen zonder duidelijke reden, wat het gevoel van rechtvaardigheid aantast. Daarbij spelen platforms een grote rol. Bedrijven als Meta of Google sturen met hun algoritmes welke informatie wij zien. Hun doel is winstmaximalisatie en niet per se een eerlijke platformeconomie. Hierdoor kunnen nepnieuws, polarisatie en manipulatie zich sneller verspreiden dan betrouwbare informatie. Dit heeft niet alleen invloed op individuele burgers, maar ook de democratische basis van onze samenleving.

Daarnaast vergroot technologie de kloof tussen mensen die er wél toegang toe hebben en mensen die hier niet gemakkelijk toegang tot hebben, zoals iemand die niet beschikt over de juiste apparaten of iemand die niet digitaal vaardig is. Zij kunnen minder goed deelnemen. Dit roept emoties op van onmacht en ongelijkheid. Dit zorgt ervoor dat mensen minder goed mee kunnen doen en dat sommige groepen structureel achtergesteld worden.

Toch is er ook een andere kant. Technologie hoeft ons rechtvaardigheidsgevoel niet per se te ondermijnen. Dit gevoel kan juist versterkt worden. Zo kan het ook bijdragen aan een eerlijkere samenleving. Een groot voordeel is dat technologie de toegang tot juridische hulp vergroot, vooral voor mensen die zich geen dure advocaat kunnen veroorloven. Door online platforms en digitale diensten kunnen mensen sneller en goedkoper informatie en hulp krijgen bij juridische problemen. Zo kunnen ook mensen uit kwetsbare groepen hun rechten beter begrijpen en beschermen. In de Verenigde Staten zijn bijvoorbeeld speciale projecten opgezet die technologie gebruiken om juridische bijstand toegankelijk te maken voor iedereen, ongeacht inkomen of achtergrond.

Bovendien zijn er initiatieven die technologie inrichten op basis van publieke waarden. De zogeheten Public Stack laat zien dat je technologie in verschillende lagen kunt inrichtte, waarbij de burger centraal staat en niet de consument. Het gaat er dus om dat technologie onze publieke waarden en rechten respecteert, en dat we als samenleving invloed houden op hoe systemen worden ontworpen. Wanneer elke laag rekening houdt met publieke waarden, ontstaat een fundament waarop technologie ons rechtvaardigheidsgevoel juist kan versterken. Dat vraagt wel om politieke wil en maatschappelijk debat. Denk aan geloofwaardige stemmen die voor verandering pleiten, zoals Marleen Stikker en organisaties als Bits of Freedom.

De stelling dat technologie ons rechtvaardigheidsgevoel bedreigt, is allesbehalve hypothetisch. Hoewel technologie het potentieel heeft om transparantie, inclusie en toegang tot kennis te bevorderen, zien we in de praktijk dat commerciële belangen, algoritmische vooroordelen en datamanipulatie steeds vaker de overhand krijgen. Het rechtvaardigheidsgevoel van burgers staat daarmee onder druk. Technologie biedt kansen, maar die kansen worden voortdurend uitgedaagd door economische en politieke krachten die eigenbelang boven rechtvaardigheid stellen.

Het is niet genoeg om te hopen dat technologie vanzelf eerlijk zal zijn. Als we nu toestaan dat systemen zomaar groeien zonder controle, zetten we straks eerlijkheid en rechtvaardigheid op het spel. Het is niet de toekomst die dat bepaalt, maar de keuzes die wij nu maken. Het gevaar is echt, en we moeten dat eerlijk onder ogen zien.

-> Als feedback kreeg ik dat mijn conclusie sterker en overtuigender moest zijn. Hier ben ik het echter niet helemaal mee eens, omdat tijdens de les heel duidelijk is uitgelegd dat het bij dit stuk vooral gaat om het volledig uitwerken van de voor- en tegenargumenten, en niet per se om iemand te overtuigen. Ik had meerdere keren gevraagd of het klopt dat een traditioneel betoog bestaat uit een inleiding, een standpunt met argumenten, een tegenargument en een weerlegging gevolgd met een sterke conclusie om iemand te overtuigen. De docent benadrukte echter dat het bij deze opdracht juist belangrijk was om de argumenten goed te onderbouwen en volledig uit te werken.

Desondanks de miscommunicatie heb ik de feedback toch meegenomen door mijn conclusie sterker te formuleren en de argumenten waarop ik stelde dat technologie bijdraagt aan rechtvaardigheid beter te onderbouwen.


CHallenge:ontwikkel een concept voor een nieuwsplatform dat onafhankelijk is van Big Tech en bijdraagt aan een open, eerlijker internet (deel 1).

Opdrachtomschrijving

Voor week 5 en 6, van Design en Economie kregen we een team opdracht met elkaar. Hiervoor moesten we samen een nieuwsplatform bedenken die deel is van de Fediverse, en daarom onafhankelijk van ‘big tech’ platformen. Je kon ook een herontwerp van een bestaand platform te doen, maar wij vonden het leuker om een nieuw ontwerp te doen.

Nieuws

Wat is voor jullie nieuws?

Dit is wat ons groepje vindt dat nieuws is:

“Actuele gebeurtenissen waarover, zo objectief mogelijk, geschreven of verteld wordt door nieuwsmakers.”

Dit zou een breedbeeld kunnen overkoepelen van nieuws, zowel de superbelangrijke, tot het allerkleinste nieuws. Nieuws is actueel, de gebeurtenis zelf of de reportage erover, als de gebeurtenis en de reportage beide niet actueel is dan is het geschiedenis!

Objectief mogelijk zijn is heel belangrijk voor nieuws, zodat alleen de feiten worden gesteld. Tuurlijk is het wel zo dat er altijd een beetje bias kunnen zijn in wat een nieuwsmaker of journalist over schrijft, dus in het minimale moet het zo objectief mogelijk zijn. Anders is het een opinie stuk

Als laatste vinden we dat het ‘geschreven’ of ‘verteld’ moet worden door een nieuwsmaker. ‘Geschreven’ verwijst dan naar kranten, maar ‘verteld’ kan veel meer dingen overkoepelen in alle soorten vormen nieuws zou kunnen zijn. Zoals tv-journaal, nieuws via video op sociale media, of andere manieren waar op nieuws zich verspreid kan worden buiten de standaard schriftelijke manier.

Wat zijn verschillende vormen van nieuwsvoorziening?

  • Traditionele media
    • Kranten (papier & online)
    • Televisiejournaals
    • Radiojournaals
  • Digitale & online nieuwsbronnen
    • Nieuwssites (NOS, NU.nl, BBC, enz.)
    • Nieuwsapps & pushmeldingen
    • Podcasts
  • Sociale media & alternatieve kanalen
    • Twitter/X, Facebook, TikTok, Instagram
    • YouTube-kanalen
  • Nieuws via influencers of burgerjournalistiek
    • Persoonlijke netwerken
    • Mond-tot-mond
  • WhatsApp-groepen, Telegram-kanalen

Wat is er ‘stuk’ aan nieuwsvoorziening?

  • Nieuwssites doen vaak artikelen achter een paywall: Niet iedereen kan betalen voor nieuws, waardoor sommige mensen minder goed geïnformeerd zijn. Dat is niet ideaal als je wil dat iedereen toegang heeft tot belangrijke informatie.
  • Betrouwbaarheid van nieuwsbronnen:
    • Bias die erachter zit
    • Niet weet wie het precies heeft geschreven
    • Nepnieuws

Als mensen nepnieuws of halve waarheden lezen, kan dat leiden tot verkeerde ideeën over wat er echt speelt.

  • Censuur: Soms worden bepaalde verhalen niet gepubliceerd of weggefilterd. Dat beperkt wat mensen kunnen lezen en kan vrijheid van meningsuiting in de weg zitten.
  • Filterbubbels: Nieuws wordt steeds vaker verspreid via sociale media en zoekmachines. Algoritmes tonen vooral wat aansluit bij iemands voorkeuren. Dat versterkt bestaande meningen en belemmert een breed perspectief.
  • Commerciële druk: Nieuwsorganisaties moeten overleven in een competitieve markt. Clickbait, sensatie en korte berichten leveren meer clicks en advertenties op dan diepgaande analyse. Hierdoor krijgt oppervlakkigheid vaak de overhand.

Wat werkt er juist goed?

  • Snelle beschikbaarheid: nieuws is vrijwel direct toegankelijk, 24/7.
  • Diversiteit aan bronnen: keuze uit veel platforms en invalshoeken.
  • Publieksinteractie: via reacties, sociale media en podcasts is er meer dialoog.
  • Datajournalistiek & factchecking: steeds meer initiatieven die nieuws toetsen en uitleggen.
  • Lokale en niche-media: spelen in op specifieke doelgroepen of regio’s.
  • Snel verspreid: via sociale media verspreid nieuws zich snel.

Wie zijn je stakeholders?

  • Lezers, degene die het nieuws lezen.
    • Redelijk veel interesse, alleen een beetje invloed.
    • Lezen het nieuws.
  • Journalisten/ Nieuwsmakers, degene die de nieuwsartikelen schrijven.
    • Redelijk veel invloed, redelijk veel interesse.
    • Ze maken het nieuws.
  • Uitgever, de bedrijven die nieuwsartikelen verspreiden.
    • Veel invloed, veel interesse.
    • Ze bepalen wat er gepubliceerd wordt.
  • Sociale mediasites, sites waar op nieuwsartikelen vaak wordt verspreid.
    • Veel invloed, maar weinig interesse.
    • Ze hebben weinig interesse in het nieuws specifiek, ze vinden het eigenlijk alleen belangrijk voor de views die het kan krijgen. Ze hebben veel invloed omdat deze platformen zorgen voor views en aandacht van lezers.

Stakeholders interview

Onderzoek wat mensen belangrijk vinden aan nieuws.

Vraag 1 – Waar haal jij je nieuws vandaan?

Vraag 2 – Wanneer vind je een nieuwsbron betrouwbaar?

Vraag 3 – Vind je lokaal nieuws even belangrijk als landelijk of internationaal nieuws?

Vraag 4 – Wat voor lokaal nieuws vind je belangrijk om te lezen?

Vraag 5 – Wat voor soort nieuws vind je leuk om te lezen?

Interview 1

We hebben gesproken met een vrouw van 35 uit Amsterdam over haar nieuwsgebruik. Ze vertelde dat ze haar nieuws vooral via sociale media krijgt, met name via Instagram. Ze scrollt vaak snel door berichten heen en leest niet alles uitgebreid. Ze gaf aan dat ze een nieuwsbron pas betrouwbaar vindt als die van een bekend medium komt, zoals NOS of Het Parool. Als iets te overdreven of onduidelijk klinkt, vertrouwt ze het minder. Lokaal nieuws vindt ze belangrijk, omdat het over haar eigen stad gaat. Ze wil vooral lezen over wonen, verkeer en duurzaamheid, maar ook over leuke onderwerpen zoals nieuwe horeca en buurtprojecten. Uit het gesprek blijkt dat gemak en snelheid voor haar belangrijk zijn, maar dat ze tegelijkertijd waarde hecht aan betrouwbare bronnen.

Interview 2

We hebben gesproken met twee jonge mannen van 19 en 21 jaar die allebei in Amsterdam wonen. Ze vertelden dat ze hun nieuws vooral via sociale media volgen. Eén van hen kijkt daarnaast soms het journaal thuis, bijvoorbeeld RTL Z of de NOS. De ander kijkt ook af en toe mee met het nieuws op tv, meestal ’s avonds met zijn ouders. Beide jongens geven aan dat ze nieuws via sociale media het makkelijkst vinden, omdat het snel en overzichtelijk is. Ze lezen niet vaak lange artikelen, maar vooral korte berichten of filmpjes. Ze vinden het handig dat ze via hun telefoon meteen zien wat er speelt, zonder dat ze actief naar nieuws hoeven te zoeken. Uit dit gesprek blijkt dat jonge Amsterdammers nieuws vooral via sociale media volgen en tv vooral een bijrol speelt, vaak in huiselijke momenten met familie.

Stakeholders map

Waarden

  • Vertrouwen: We vinden dat nieuws betrouwbaar moet zijn.
  • Plezier: We gaan van uit dan mensen die Amsterdams lokaal nieuws lezen het meer doet voor amusement, dan echt om harde feiten van landelijk en internationaal nieuws te krijgen.
  • Gemeenschap: We vinden het belangrijk dat ons nieuwsproduct een waarde heeft voor de gemeenschap van Amsterdam, en het gevoel van gemeenschap bekrachtigt.

Lees verder op “het internet maken”…

-> Bij het onderzoek naar wat er ‘stuk’ is aan het internet, heb ik mijn uitleg uitgebreider gemaakt. Op basis van de feedback van mijn docent heb ik sommige punten verder toegelicht, omdat deze nog niet voldoende waren uitgewerkt.


Inzage data

Voor deze opdracht heb ik inzage in mijn data bij Albert Heijn aangevraagd door mijn bonuskaartnummer door te geven. Kort geleden kreeg ik een mail terug met de vraag welke informatie ik precies wilde inzien. Ik heb hierop geantwoord dat ik alle data wil ontvangen die ik wettelijk mag opvragen.

Op dit moment heb ik nog geen antwoord ontvangen, waardoor ik deze opdracht nog niet volledig kan uitwerken. De uitwerking volgt in het tweede blok zodra ik de verkregen gegevens kan analyseren en kan toelichten.


Eindreflectie “Wat is er stuk aan het internet?”

Tijdens het eerste blok heb ik veel geleerd over wat er eigenlijk “stuk” is aan het internet, en vooral waarom dat zo is. In het begin dacht ik daar vrij simpel over: het internet is handig, maar soms ook irritant door reclames of nepnieuws. Gaandeweg leerde ik dat het veel dieper zit, en dat er maatschappelijke, ethische en economische belangen achter schuilgaan. Door de verschillende opdrachten begon ik te begrijpen wat publieke waarden zijn zoals privacy, rechtvaardigheid, transparantie en vertrouwen en hoe technologie deze waarden zowel kan versterken als onder druk kan zetten.

Bij de opdracht over het ethische dilemma rond digitale nalatenschap (moeten nabestaanden toegang krijgen tot online gegevens van een overledene?) leerde ik moreel redeneren vanuit verschillende perspectieven. Ik vond het interessant dat elke ethische benadering (zoals de utilitaire of deugdenethiek) een ander antwoord gaf. Daardoor zag ik dat er niet één juiste keuze is, maar dat je moet afwegen tussen privacy, rouwverwerking en rechtvaardigheid. Dat was het moment waarop ik echt begon te begrijpen wat morele complexiteit is. Ik leerde dat technologie niet neutraal is: elk systeem bevat menselijke keuzes die gevolgen hebben voor anderen.

De opdracht over Google’s AI Overview heeft mijn inzicht verdiept in de onverwachte gevolgen van technologie. Door de Tarot Cards of Tech te gebruiken, moest ik nadenken over risico’s waar ik normaal niet aan zou denken, zoals milieuschade door datacenters of het verlies van kritisch denkvermogen bij gebruikers. Ik begon verbanden te zien tussen het ethische, het economische en het maatschappelijke perspectief. Bijvoorbeeld: een AI-systeem dat informatie samenvat lijkt handig, maar kan tegelijk banen van journalisten bedreigen, ongelijkheid vergroten en verkeerde informatie verspreiden. Dat besef liet me zien hoe belangrijk het is om altijd te kijken naar alle betrokken stakeholders van gebruikers en bedrijven tot de samenleving als geheel.

Het betoog over technologie en rechtvaardigheid heeft mij vooral geholpen om de inhoud van alle opdrachten samen te brengen. Ik moest echt nadenken over hoe technologie ons gevoel van eerlijkheid beïnvloedt, en dat bleek een spanningsveld tussen winst en waarden. Door voorbeelden als algoritmes die sollicitaties beoordelen of sociale media die informatie sturen, begreep ik dat rechtvaardigheid niet vanzelf ontstaat in de digitale wereld — je moet er actief voor kiezen en systemen erop inrichten. Ik leerde dat publieke waarden zoals gelijkheid en transparantie alleen overeind blijven als we ze bewust beschermen. Het betoog hielp mij om die inzichten te verbinden met de grotere vraag van dit blok: wat is er stuk aan het internet, en hoe kunnen we dat samen repareren?

Bij de groepsopdracht over het nieuwsplatform kwam ik erachter hoe lastig het is om een systeem te maken dat echt eerlijk is. We moesten nadenken over verschillende belangen: lezers die betrouwbare informatie willen, journalisten die onafhankelijkheid nodig hebben, en sociale media die vooral winst nastreven. Door deze belangen samen te brengen in een stakeholderanalyse, begreep ik beter hoe economische druk publieke waarden kan ondermijnen. Tegelijk merkte ik dat samenwerken met anderen mijn blik verruimde, omdat iedereen vanuit een ander perspectief dacht. Dat hielp me om verbanden te leggen tussen waarden als gemeenschap, vertrouwen en plezier.

Door al deze opdrachten samen begrijp ik nu dat wat “stuk” is aan het internet niet één enkel probleem is, maar een web van morele, sociale en economische spanningen. De negatieve gevolgen zoals ongelijkheid, verlies van vertrouwen, discriminatie en datamisbruik zijn het resultaat van keuzes die we als samenleving maken. Daarom vind ik het belangrijk dat ontwerpers, bedrijven en overheden meer rekening houden met publieke waarden en met wie er geraakt wordt door technologie.

Persoonlijk heb ik geleerd om verder te kijken dan alleen de gebruiker of het gemak. Ik denk nu bewuster na over de gevolgen van digitale systemen en over de vraag wat eerlijk, verantwoord en menselijk is. Mijn manier van denken is veranderd: ik ben kritischer, maar ook nieuwsgieriger naar hoe het beter kan. Voor mij gaat dit blok dus niet alleen over wat er stuk is aan het internet, maar vooral over hoe we het samen kunnen repareren door verantwoordelijkheid te nemen en publieke waarden weer centraal te stellen.